Geen zorg, wel zorgen

Volkskrant Magazine, 11 oktober 2014

Het interieur van zorgboerderij Nieuw Rijsenburg in Driebergen is vriendelijk: veel daglicht, veel blank hout en een warm getinte natuurstenen vloer. Maar de slaapafdeling van het boerenerf is verlaten, alle 16 slaapkamers staan leeg. De bedden, kledingkasten en stoelen zijn verdwenen, de deuren zitten op slot. Nieuw Rijsenburg, onderdeel van de antroposofische zorginstelling Lievegoed, was bij de oprichting in 1976 een van de eerste zorgboerderijen van Nederland. Vanaf de jaren tachtig woonden hier jongeren met psychiatrische problemen. Vijf dagen per week werkten ze op het land, in de stal of in de keuken, tussen de bedrijven door waren er gesprekken met therapeuten. Maar psychiatrische patiënten moeten zo veel mogelijk zelfstandig wonen, meent de overheid. Dat scheelt niet alleen een heleboel geld, zo houden patiënten ook contact met de maatschappij, en dat is beter voor henzelf. Tot aan 2020 wordt één op de drie bedden in de geestelijke gezondheidszorg daarom afgeschaft. Stichting Lievegoed wees haar jongeren locatie in Driebergen aan. Afgelopen voorjaar konden de 16 bewoners van Nieuw Rijsenburg hun koffers pakken, de oud-bewoners gingen verder in dagbehandeling. Doordat de slaapplaatsen zijn afgeschaft, is er meer geld voor nog meer jongeren in de dagopvang. Maar niemand van de patiënten komt nog vijf dagen per week, de reisafstanden zijn te groot. Regelmatig moet er een belletje worden gepleegd om te vragen waar hun cliënt blijft. ‘Psychiatrische patiënten hebben vaak moeite om op te staan en iets van hun dag te maken,’ zegt een van de begeleiders. ‘Uit bed komen is soms voor hen al een hele prestatie. Toen ze hier woonden, leerden we ze op te staan.’ Met één been in de maatschappij, das nog knap ingewikkeld. ‘Daarbuiten is het hard.’

MILOU

‘Waar ik vandaan kom, is iedereen bang voor me.’ Als Milou je niet mocht, dan hoekte ze een jaar geleden je tanden er nog uit. Maar op een zorgboerderij kun je nu eenmaal niet zomaar iemand een paar tanden uit de mond hoeken, dan word je weggestuurd. Milou maakt gedrongen bewegingen met haar hoofd. ‘En of je nou wilt of niet, in een woongroep kun je niet om vervelende mensen heen.’ Des te gekker als anderen je dan ineens leuk en zorgzaam vinden. Zo had ze zichzelf nog nooit gezien, terwijl ze toch vijf jaar lang haar oma had verzorgd. Niet lang na de dood van haar pleegmoeder kwam ze uitgeput op Nieuw Rijsenburg. Milou heeft sinds haar 14e het syndroom van Ehlers-Danlos. Haar kraakbeen wordt poreus, haar rug vergroeit. Ze heeft altijd pijn, maar drank en coke zijn niet meer haar medicijn. Nu houdt ze van Sjors, een andere Nieuw Rijsenburger. En Sjors houdt van haar. Dat hij nog bij haar is, verbaast haar soms. Haar oma ging dood, haar pleegmoeder ook, haar stiefvader heeft een nieuwe vrouw, en ook een nieuw stiefkind. Maar mocht ze in een rolstoel terecht komen, en die kans is reeël, dan wil Sjors haar zelfs vooruit rollen. Sinds de permanente bewoning is afgeschaft, woont ze tijdelijk bij haar biologische moeder en broer. Daar betekent alcohol gezellig doen. Gelukkig heeft ze thuis een duidelijk excuus, over een paar maanden krijgt ze een kindje met Sjors. Nog af en toe komt ze op de boerderij. Ze heeft geluk gehad, vindt ze. Het leven in de woongroep maakte haar milder.

KEES

Op alle 20 knokkels prijkt een litteken, elke knokkel beet hij stuk. ‘Ze zijn nu veel minder, alhoewel ik net weer ben begonnen.’ Kees (22) is de zoon van een zorgzame moeder en een zakelijke vader, vindt hij zelf. Zijn vader is van de cijfers en de regels bij een grote verzekeringsmaatschappij. Presteren, carrière maken, Kees kan er wel begrip voor hebben, maar zijn eigen leven verloopt anders. Bij Nieuw Rijsenburg moet hij over zijn trauma’s praten, daar ziet hij altijd erg tegenop. Eigenlijk dacht hij dat het niet hielp, praten over wat er ooit gebeurd is, maar uiteindelijk kostte zwijgen nog meer energie. En de woongroep voelde veilig. Dat hij seksueel misbruikt is op zijn dertiende, verzweeg hij thuis. Ook aan vrienden of docenten op school vertelde hij niets. De vrouw die hem misbruikte, woont nog steeds bij zijn ouders in de buurt, soms komt hij haar tegen. Voor jezelf opkomen is sowieso niet iets dat bij Kees past, liever gaat hij even kickboksen in de sportschool. Maar als iemand een kopje heel hard op de tafel smijt, durft hij tegenwoordig wel te zeggen dat hij daar bang van wordt, zo ver is hij al. Nadat zijn bed op de boerderij werd afgeschaft, woonde hij even bij zijn ouders. Een paar maanden liet hij zich nauwelijks meer zien op Nieuw Rijsenburg. Nu komt hij alleen nog voor gesprekken met zijn therapeut. Kees woont samen, met Joske, ook een cliënte van de zorgboerderij. Doordeweeks helpt hij bij een boer in de buurt.

LINDA

Ze was nogal eens wiebelig, zegt Linda (30). Haar armen zoeken regelmatig een nieuwe rustpose langs het lichaam. Een half jaar geleden had ze nog regelmatig een rand-psychose, niet zo lang gelukkig, een paar uurtjes duurt zoiets, maar daar werd ze dus wiebelig van. Op zo’n moment voel je je raar, en van dat rare gevoel weer angstig. ‘Goed dat je er over praat en dat je je uit,’ zeggen ze dan op de boerderij, ‘ga nu maar lekker venkel planten’. Dat helpt. Bij Nieuw Rijsenburg ontdek je steeds meer gezonde kanten van jezelf. Het gaat tenminste nooit over wat je niet kunt. Het is lastig uit te leggen, want ze schaamt zich, zegt ze. Linda was 13 toen ze niet meer naar het vwo ging. Ze was altijd moe, had altijd flinke hoofdpijn. Een jaar lang woonde ze intern in een revalidatiecentrum in Enschede, want misschien zou fysiotherapie en ergotherapie haar kunnen helpen. Maar wat daarna volgde: homeopathie, ergotherapie, craniosacraal therapie, Shi Hatsu, Chinese geneeskunst, healing, reading, opname bij een instelling voor psychotherapie, en tenslotte de zorgboerderij nu ruim een jaar geleden. Sinds een half jaar gaat het goed met haar. ‘Ik denk dat ik er nu voor het eerst minder tegen vecht.’ Deze zomer rondde Linda na anderhalf jaar haar therapie af op Nieuw Rijsenburg. Ze woont in een woongroep en een paar ochtenden per week werkt ze in de keuken van een biologisch cateringbedrijf, zónder na te denken.

COCO

De dunne streepjes in haar linkerarm zijn niet te tellen, elke kerf heeft zo zijn eigen geschiedenis. Coco (16) wil er wel een paar uitleggen. ‘Die kerf is van toen ik alleen onder een brug zat.’ Ze wijst verder. Bij die grote zat ze tijdens de schoolpauze in een wc-hokje. Fuck you kun je nog een beetje lezen. Op weer een andere zit nog een vers korstje. ‘Toen lag ik in het ziekenhuis, omdat ik een beetje gek had gedaan.’ Wat ze denkt, hoe ze zich voelt, en waarom ze zich zo voelt, Coco bezocht sinds haar veertiende psychologen, de vragen waren soms net een overhoring. ‘Na een tijdje vóel je je ook gek.’ Liever verzorgt ze de kippen en de koeien en gaat ze helemaal nooit meer terug. Thuis in Amsterdam gaan klasgenoten uit, experimenteren met drank, drugs, sleutelen aan hun uiterlijk. Zoals het leven op Nieuw Rijsenburg is, zo zou het overal moeten zijn. Samen werken, samen eten, samen afwassen. Hier doe je normaal tegen elkaar. Wie is hier nou gek, vraagt ze zich vaak af. Haar ouders zijn bezorgd. Vier dagen per week rijden ze op en neer tussen Amsterdam en Driebergen om haar te halen en te brengen naar de boerderij. Ze is een van de weinigen die zoveel werkdagen aanwezig is. Biarlah damai tumbuh bersama kami, dat komt uit het Indonesisch. ‘Heb je vrede met jezelf, dan groeit alles met je mee, zoiets betekent het,’ zegt Coco. Die zin moet in tatoeage over Fuck you heen. ‘Als mijn huid genezen is. En mijn hoofd.’ Stapje voor stapje gaat ze vooruit.

ARCO

Nonchalant banjerend over het boerenerf, lijkt hij zo van een dancefestival te zijn gelopen. Arco (22) is de eerste cliënt in dagbehandeling op de zorgboerderij. Toen Arco 12 was, vertrok zijn moeder uit huis, zonder uitleg. Zijn twee zussen, zijn vader en hijzelf bleven achter met de financiële schulden van zijn moeder. Leraren en leerlingen wisten van de thuissituatie. ‘Klasgenoten vond ik maar kinderachtig,’ zegt Arco beleefd. Dus had hij vrienden die altijd net iets ouder waren. En die spijbelden. En die blowden. En Arco dus ook. ‘Ze vroegen op school wel hoe het thuis ging, maar het was net of ze het niet meenden.’ Toen een paar klasgenoten eens tijdens gymles riepen dat hij zijn moeder moest gaan zoeken, sloeg hij een van de grappenmakers in elkaar en wel zo stevig, dat hij niet meer naar school terug hoefde te komen. Bij een technisch ingenieursbedrijf kreeg hij een leuke baan, maar een jaar geleden nam hij zelf ontslag. Alles kostte energie, alles was eng. Zelfs een bezoek aan de supermarkt lukte niet meer. Angst kun je tijdelijk weg blowen, maar komt daarna extra hard terug. Hij is altijd bezig met wat mensen van hem vinden. Op Nieuw Rijsenburg is hij de eerste niet-bewoner. ‘Hier voel ik me niet bekeken of beoordeeld,’ zegt hij. Toch moest de leiding hem na een paar weken iedere dag bellen waar hij bleef. ‘Misschien is mijn probleem wel groter dan ik denk.’ Arco werd bij een andere instelling van Lievegoed intern opgenomen, mocht weer terug naar Nieuw Rijsenburg, maar is sinds kort voor de tweede keer intern opgenomen. Hij heeft nog steeds niets van zijn moeder gehoord.