Dwaze vaders

Volkskrant magazine, 15 juni 2013

De Raad voor de Kinderbescherming ziet niet zozeer dat aantal, als wel de intensiteit en problematiek ervan sterk toenemen. Volgens schattingen van Kinderombudsman Marc Dullaert zijn er jaarlijks ruwweg zo’n 30.000 kinderen betrokken bij een echtscheiding. Wekelijks ontvangt Dullaert berichten van kinderen die vanwege de relatiebreuk van hun ouders ernstig in de knel zijn gekomen: ‘Wij krijgen zware zaken binnen. Alle kinderen willen zowel contact met hun vader als met hun moeder, maar ze voelen zich niet gehoord. Een kind wordt in de rechtszaal vertegenwoordigd door de advocaat van zijn moeder en door de advocaat van zijn vader. Maar niemand komt op voor zíjn belang. Ook de gezinsvoogd van Jeugdzorg heeft vaak al zijn handen vol aan de ruziënde ouders.’ De Kinderombudsman wil dan ook een lans breken voor de bijzondere curator, een rechtsfiguur die al langer bestaat bij de rechtbank, maar waarvan nog te weinig gebruik wordt gemaakt. ‘Deze curator is erop getraind te luisteren naar kinderen om te begrijpen wat ze nou werkelijk willen. Daarvoor heb je goede deskundigen nodig, want deze kinderen durven nauwelijks meer het achterste puntje van hun tong te laten zien, daarvoor hebben ze vaak al veel te veel meegemaakt.’
Volgens schattingen van de stichting Dwaze Vaders is éen op de vijf kinderen in Nederland vaderloos als gevolg van een echtscheiding. De Universiteit van Utrecht houdt momenteel i.s.m. het Centraal Bureau voor de Statistiek een grootschalig onderzoek onder gescheiden ouders naar onder andere het aantal ouders dat na de scheiding geen contact meer zijn of haar kind)-eren) heeft. Komend najaar zijn de exacte gegevens bekend.

I. (41) fysiotherapeut, 3 jaar gescheiden
Mag G. (11) J.(10) en S. (7) een keer per week een brief schrijven.
Onlangs kreeg ik een baan aangeboden in de Oekraïne. Mijn kinderen waren toen nét onder toezicht gesteld, ik mocht ze voorlopig niet meer zien. Ook mijn ouders mogen hun kleinkinderen niet meer zien, dat zou allemaal te belastend zijn. Die baan heb ik geaccepteerd. Hier in mijn woonplaats reed ik iedere dag in de buurt van de school en de sportvelden van mijn kinderen. Ik zag ouders die zich geen houding wisten, of wegdoken. Vroeger stond ik met ze op het schoolplein of langs de lijn op het voetbalveld. Met sommigen heb ik nog wel contact, van hen begrijp ik dat de kinderen mij ook willen zien. Werken leidt me af, ik zou niet weten wat ik zonder moest.
Ik kan het nauwelijks meer aan vrienden uitleggen. Ik leef iedere dag in een nachtmerrie.
Aanvankelijk gingen mijn ex en ik in goed overleg uit elkaar. Maar toen de onderhandelingen begonnen en ik co-ouderschap vroeg, ging het mis. Onze omgang verslechterde, mijn ex liet de kinderen telkens met moeite gaan. Bij een overdracht zou ik haar een klap op haar achterhoofd hebben gegeven, zo had ze de politie verteld. Er was een woordenwisseling, dat klopt. Maar er was geen fysiek geweld, dat hebben drie getuigen later bij de politie verklaard. Toch heb ik twee nachten in de cel gezeten. Het is de omgedraaide wereld, ik zat vast totdat mijn onschuld was bewezen. Vanaf die dag liet mijn ex de kinderen bij haar thuis, via een kortgeding wilde ze de omgang definitief stopzetten. De rechter besloot toen ons gezin voor een jaar onder toezicht te stellen van Jeugdzorg.
Bij een vechtscheiding waakt Jeugdzorg over de rust voor een kind. Daarom moeten kinderen bij één ouder blijven, de verzorgende ouder.
Eind dit jaar bepaalt de rechter wat voor omgangsregeling er komt. Jeugdzorg heeft het recht de toezichtstelling te verlengen. Tot die tijd mag ik mijn kinderen een brief per week schrijven. Toen Jesse jarig was, mocht ik hem niet bellen. ‘Te te veel impact op het gezin,’ zei de voogd van Jeugdzorg. Zo wordt de afstand naar mijn kinderen alleen maar nog groter.

D. (42) vrachtwagen chauffeur, 7 jaar gescheiden
geen contact meer met stiefzoon Peter(21),
skypt 2 x 45 minuten per week met dochter L.(11) uit eerdere relatie
en dochter I. (1)
Mijn ex vertrok stiekem naar het buitenland met de kinderen, twee jaar hoorde ik helemaal niets. Ik wist niet eens of ze nog leefden. Na lang zoeken vond ik hen uiteindelijk in Canada terug. L., inmiddels al 9, mocht ik zien, maar wel onder begeleiding, ze was te veel van me vervreemd vonden de instanties. Sinds een paar maanden skypen we twee keer per week, met dank aan de Canadese rechtbank. Meer zit er niet in. Mocht ik een omgangsregeling willen, dan moet ik het komende half jaar twee keer bij haar op bezoek onder begeleiding, en wordt onderzocht of en hoe L. er baat bij heeft bij mij in Nederland te zijn. Die begeleiding en dat onderzoek moet allemaal op mijn kosten. En dan is het nog maar de vraag óf ik een omgangsregeling krijg. Rechters staan niet te popelen om een kind wéér te laten emigreren. Bovendien heb ik dat geld na al die rechtszaken niet meer. Als vader faal ik.
In Nederland is er tot drie keer toe een rechterlijke uitspraak geweest dat ik ook de kinderen mocht zien. Maar in praktijk weigerde mijn ex de kinderen aan mij mee te geven. Kinderbescherming en Jeugdzorg weigerde in te grijpen. De politie kon niets voor me doen, dit is een civiele zaak.
Nu praten L. en ik eindelijk twee keer per week. Bij haar is het dan ‘s ochtends half zeven, meestal is ze nog heel duf. Eerst was ze nog een beetje terughoudend, maar nu gaat het beter. Twee keer per week praten we, dat blijf ik volhouden. Tijdens die gesprekken klaagt ze over buikpijn en hoofdpijn. Ik zou haar zo graag willen helpen, maar ik weet niet hoe.
‘Papa papa!’ roept mijn jongste dochter de hele dag. Ik heb weer een gezin, mijn tweede vrouw is zwanger van ons tweede kindje. Maar L. zal ik nooit los kunnen laten. Elk kind gaat ooit een keertje wroeten in het verleden. De kans dat mijn dochter op haar 18e me komt opzoeken, blijft bestaan. Aan die gedachte houd ik me vast.

P. (56) personal trainer & auteur
Ruim drie jaar uit elkaar
Ziet A. (4) twee uur per week onder toezicht
‘s Ochtends ga ik vaak eerst hardlopen, of naar een klooster in de buurt. Door te sporten of te mediteren probeer ik te begrijpen wat er allemaal gebeurt, ik wil zonder wrok de dag aan kunnen.
A. was negen maanden toen op een ochtend vier politieagenten in de huiskamer stonden. Mijn vrouw bleek de politie te hebben gebeld. De agenten waren net zo stomverbaasd als ik. Ze hadden een agressieve man verwacht, die zijn ex mishandelde. Uiteindelijk zijn ze maar vertrokken. Een paar dagen eerder had mijn vrouw wel verteld dat ze zichzelf een beetje kwijt was, maar zo’n actie bedenk je niet. Om tot rust te komen, ging ik een half uurtje hardlopen. Dat had ik nooit moeten doen. Bij thuiskomst vond ik een briefje: ‘Je hebt een paar uur de tijd het huis te verlaten. Je kind krijg je nooit meer te zien.’
Na maanden steggelen met advocaten mocht ik Alina uiteindelijk twee middagen per week mee. Meestal gingen we naar de kinderboerderij, ik nam haar altijd mee op pad. Omdat ik mishandeling in de omgeving van haar moeder vermoedde, startte Jeugdzorg tot twee keer toe een onderzoek. Dat deden ze echter alleen als ik Alina nog minder zou zien, zo kon ik haar niet beïnvloeden. Nu zie ik haar wekelijks nog maar twee uur. Dat is zó kort, de pijn van afscheid nemen is bijna groter dan het geluk elkaar weer te zien. Ik wacht al ruim een jaar op de uitkomst van het tweede onderzoek.
Als de communicatie met de moeder van A. verbeterd, mag ik onze dochter vaker zien. Het is dus in het belang van mijn ex die communicatie te frustreren.
Mijn zus en broers zijn mijn grote steun. Met feestdagen zijn we altijd bij elkaar. Maar Alina is er al drie jaar niet meer bij. Al het geld gaat op aan proceskosten. Toch ga ik door. Al houd ik een tandenborstel en een handdoek over, ik laat nooit mijn dochter los.

H. (42) ICT-er
uit elkaar sinds 1 1/2 jaar
ziet L. (6) om het weekend
Toen er spanningen waren in mijn huwelijk, schakelde ik destijds als eerste Bureau Jeugdzorg in. Ik was een avondje logeren bij mijn moeder, onze zoon nam ik mee, ik wilde er samen even tussen uit.
‘s Avonds aan de telefoon vertelde ze L. dat zijn vader en zijn oma haar wilde vermoorden. Geschrokken ging ik de volgende dag naar Jeugdzorg. ‘Mijnheer, u komt onderop de stapel, we hebben geen tijd.’ Kort daarop werd ik zelf gebeld door Jeugdzorg, of ik de volgende dag langs wilde komen. Mijn vrouw bleek ook gebeld te hebben, met een wild verhaal. Naar huis durfde ik niet meer, daarom bleef ik nog maar een nachtje bij mijn moeder. Toen had ik hem ook nog eens ontvoerd. Tijdens dat gesprek is afgesproken dat we ieder om de week thuis bij onze zoon zouden zijn. Maar in haar eerste week is mijn ex in stilte met hem verhuisd. Ik wist niet waar naartoe, Jeugdzorg had ze wel op de hoogte gesteld. Zes weken later besloot de rechter dat L. nu om het weekend bij mij moest zijn.
Ik begrijp het nu nog steeds niet. Een vrouw die haar kind bij zijn vader weg haalt, wordt blijkbaar niet gestraft maar beloond. Iedere avond bedenk ik me wat ik nog meer voor L. zou kunnen doen. Daarna val ik voor een paar uurtjes in slaap.
Gelukkig valt Vaderdag in mijn weekend, anders kan ik contact op zo’n dag wel vergeten. Ik denk dat we even een stukje gaan fietsen, ‘s middags moeten we weer weg. Hij moet dan namelijk op tijd bij een treinstation staan, aan de andere kant van het land. Hem naar huis brengen kan ik niet, mijn ex weigert nog altijd haar adres te geven.

D. (45), hypnotherapeut/NLP master
3 jaar uit elkaar
heeft geen omgangsregeling met A. (14) en P.(10)
Ik heb maar meteen alle schuld op me genomen. J., mijn ex, is verbaal heel sterk. Ik heb haar één keer een klap gegeven, uit onmacht. Weer later viel ze me een keer aan met een stoel. Ik heb haar overmeesterd en ben op haar gaan zitten. Toen heeft mijn zoontje de politie gebeld. Dat snap ik wel, ik moest mee naar het bureau. Jeugdzorg, GGZ, alles kwam erbij. We moesten uit elkaar, anders zouden A. en P. uit huis geplaatst worden. Ineens was alles omgedraaid. Als gezin zouden we niet deugen. We waren altijd een normaal gezin, met soms knallende ruzies, zoals in elk huwelijk. Mijn vrouw en ik waren niet van plan te scheiden. Ik ben gevoelig, maar niet gewelddadig, J. ook niet. Ze heeft nog even geprobeerd die aangifte terug te draaien bij de rechter. Dat kon al niet meer.
Toen heeft ze de knoop doorgehakt, dan maar scheiden. Onder begeleiding mocht ik mijn kinderen in een kamertje van Jeugdzorg zien. Dan zit er zo’n jong meisje bij, die moet beoordelen of je een goede vader bent. ‘Kunnen we je dan niet stiekem zien?’ vroeg mijn zoon een keertje aan de telefoon. Ik heb me er bij neergelegd, ik wil instanties niet tegen me hebben.
Ik ben zzp-er, een koopwoning kan ik me niet meer veroorloven. Na zeven vakantiehuisjes woon ik uiteindelijk weer bij mijn moeder. Ik heb een laptopje, mijn kleren, that’s it. Soms zie ik mijn kinderen een paar uur, dat kan ik wel gewoon regelen met mijn ex. De hele dag ben ik in gedachte met ze bezig, wat zijn ze aan het doen, met wie spelen ze. Ik weet helemaal níks meer van ze. Ik kan die wanhopige vader invoelen. Toen A. en P. eens bij me in de auto zaten, is het ook wel eens door mijn hoofd geflitst ‘Als ik nu tegen die bus aan rijd, is het allemaal voorbij.’ Maar ik zou het nooit kunnen. Ik heb twee schitterende kinderen, ik gun ze alles.