Lekker hutje mutje

Volkskrant magazine, 31 mei 2014

De Zaankanter, de Grachtengordel en de Veredelde Hippie

Vanaf het Noord-Hollandse dorpje Castricum slingert een lange autoweg door de Kennemerduinen, tot aan de opgang naar het strand. Twee kilometer voor de kust staat aan de rechterkant een klein bord langs de weg: Camping Kennemerduinen Bakkum. De toegang doet het niet vermoeden, maar op een mooie zomerdag banjeren hier achter de slagbomen zesduizend kampeerders over een kleine zes hectare grond. Het gros van de kampeerders komt uit Amsterdam of uit de Zaanstreek, nog geen half uurtje van de camping vandaan. Zoals je op Terschelling bent of op de Canarische Eilanden, zo zijn Bakkummers óp Bakkum. En een eiland zonder zee mag je best wel een enclave noemen. Loop over het terrein en je waant je in een stad in de duinen. Met een druk plein vol (afhaal-) restaurants, een fietsenmaker en een uitgebreide supermarkt. Nog even opletten voor kinderen met kleedjes op de grond, want alle dagen van de week, van april tot aan september, is er vrijmarkt op het plein. Aan de oostkant van het plein ligt openluchttheater De Pan, voor cultuur met een grote C. Wat verder naar het noorden staat Loods 5, een stenen huis waar Kampeervereniging Bakkum elk weekend Amsterdamse smartlappen door de ruimte laat schallen. De hoofdweg naar het strand bestaat uit straatstenen, maar in het bos vormen zich de paden vanzelf. Wandel en ontdek wat een gebrek aan een stadse welstandscommissie al niet teweeg kan brengen. Witte houten huisjes en bont gekleurde circuswagens staan vrolijk afgewisseld naast luxe blokhutten van geolied hout, net als glanzend stalen caravans inclusief tuinkabouterverzameling en safaritenten met kroonluchter en schapenvachten van IKEA. Bakkum bestaat 100 jaar. Sinds de oorspronkelijke eigenaar van dit terrein, een Duitse prinses, zo vriendelijk was een aantal kampeerders toe te staan op haar privé-landgoed, is er veel veranderd. Waren het in 1949 vooral ‘metaalbewerkers, bouwvakarbeiders, verkeerspersoneel en handelaren’ die er kwamen, inmiddels is de bevolking van de 1400 staanplaatsen wel veranderd. ‘Bakkum is een soort hippiedorp’, zegt bewoner Marcel Lenssen, ‘dan zie je ineens weer iemand op één wiel voorbij komen. Er zitten veel mensen uit de theaterwereld, hier verderop woont een jeugdboekenschrijfster en een eindje verder weer de oprichtster van Kitsch Kitchen. Maar er zijn ook yuppen.’ Een plekje op Bakkum bemachtigen is geen koud kunstje. Elk jaar komt er maar een handjevol plaatsen vrij; dit jaar waren het er 11. Aan de vooravond van het seizoen in februari liggen de potentiele nieuwkomers elk jaar weer in dikke slaapzakken in de rij voor de receptie. Gelukkig gebeurt het ook nog wel dat eigenaren halverwege het seizoen alsnog hun staanplaats én hun huisje te koop aanbieden, via via, of héél soms via Marktplaats. Al moet je er ook dán heel vlug bij zijn.

1. DE ZAANKANTER

Deze koude morgen, onderweg naar het toiletgebouw vroeg Trix zich zoals elke ochtend af wat ze na al die jaren nog op Bakkum doet. Zeven maanden van het jaar woont Trix van Meeteren (68) met haar man Ben (75), in een royale stacaravan op een plastic grasmat onder de naaldbomen. Eens per week rijden ze naar hun huis in Zaandam voor de post. Maar is ze vijf minuten thuis, dan wilde ze alweer dat ze op Bakkum was. Ben is gastheer, hij ontvangt de gasten van de huurhuisjes, dan kan je sowieso niet te lang weg blijven, dan moet je elke dag aanwezig zijn. Dit wordt hun 42e seizoen. Vroeger kende Trix iedereen in haar laantje, nu weet ze de meesten alleen van naam. Niet omdat er méér mensen komen, nee, er komt ander volk. Iedere vrijdagavond zien Trix en Ben het andere volk voor hun caravan met weekendtassen vermoeid voorbij sjokken. Yuppen. Trix lacht, ze heeft met Ben een yuppen-grap. ‘Oh, ik moet eerst een wijntje en een olijfje, ik kan niet meer. Niet zo heel erg lang geleden klopte er wel eens iemand op het raam, als de gordijnen van de caravan om tien uur nog gesloten waren. Want je wist het maar nooit met die kachels en die monoxide. Ze slapen nog wel eens een ochtendje uit hoor, maar er wordt al jaren niet meer op het raam geklopt. Trix weet eigenlijk bij haar dagelijkse vraag ook al meteen het antwoord. Samen met Ben en de kinderen vertrok ze in 1968 uit Amsterdam voor een huis met tuin naar de Zaanstreek. Maar dáár is ze er nog altijd eentje uit de hoofdstad. Hier op de camping voelt Trix zich Amsterdammer onder de Amsterdammers. Daarom loopt ze elke ochtend 100 meter door de kou naar de wc.

2. DE YUP

Dirk van Gestel staat twee laantjes van Trix vandaan. Hij durft wel te beweren dat hij het hoogste huisje van de camping heeft. Trots wijst hij naar de entresol. Dirk (42) is architect, hij houdt niet van campings. En hij houdt ook niet van kamperen, mocht daar al een verschil in zitten. Dochters Keet (6) en Dirkje (8) liggen op de nieuwe loungebank. Mies (3) speelt op de grond. Als zijn dochtertjes wat ouder zijn, zie je hem hier niet meer terug. Toch wordt dit zijn vijfde seizoen. Nog een geluk dat hij zijn campingaccommodatie zelf ontwerpen kan, voor de nodige comfort. De hoge muren van de hut bestaan uit ritmisch aaneengeschakelde donkerbruine multiplexpanelen. Net als het aanrecht overigens, de ingebouwde bedden en de ruimte eettafel. Alhoewel het in zijn behaaglijke kampeerhuis aan niets lijkt te ontbreken, is de ruimte zelf niet groter dan de voorgeschreven campingregels: 35 vierkante meter. Een voorbijganger kan Dirk onmogelijk aan zijn eettafel zien zitten, de panelen beneden hebben geen ramen. Alleen de openslaande deuren bieden zicht op de tuin. Hij houdt van de natuur, maar nog meer van privacy. ‘Laatst werden we met het hele gezin pas om 10.00 uur wakker.’ Thuis bestaat de helft van hun huis uit glas. Omdat zijn vrouw Lonneke na een paar jaar toch ook op Bakkum wat meer licht wil, monteert Dirk binnenkort bij wijze van compromis ronde lichtgaatjes in het donkere dak. ‘Als een Arabische sterrenhemel.’ Lonneke vindt kamperen wel leuk. Alhoewel, eerlijk is eerlijk, als ze geen kinderen had, deed ze wel wat anders in haar vrije tijd. Diehards, vinden ze zichzelf, want ze komen bijna elk weekend, voor hun dochtertjes. ‘Hier kunnen ze buiten vrij rond lopen en doen wat ze willen.’ Gelukkig bevinden zich in het Dennenbos nog zo’n zes bevriende stellen met kinderen. ‘Er is altijd wel een ouder in de buurt voor een wijntje.’ Op Bakkum is een weekend net als thuis, maar dan met de nodige natuur die ze in Amsterdam moeten ontberen.

3. DE JORDANEES

Net als veel andere kampeerders was Miep van Dijk (69) al eerder op Bakkum dan dat ze lopen kon. Miep kwam met haar ouders, haar zusjes, haar nichtjes en zo ongeveer de rest van de Jordaan. Nu zijn ze nog maar met een handje vol. Die gaat dood, en die gaat dood. Weer een ander kan het niet meer betalen, weet Miep. ‘Vroeger was Bakkum voor de arme mensen.’ Ze loopt even naar de stacaravan voor een pan water en een zak aardappels. ‘Vraag mij maar niks,’ zegt haar echtgenoot Frans. Er zijn wel Nieuwen, uit Amsterdam. Miep herkent ze soms zelfs uit de Jordaan, ook al zegt dat helemaal niks, die Nieuwen knikken je hooguit gedag. Komt Karin Bloemen zingen, voor haar part is het Pietje Puk, maar waarom moet je daar nou 15 euro voor betalen? Hazes trad hier op voor niks, ging de hele familie met een olielampje naartoe. Maar de tijden zijn veranderd, ze heeft nu zelfs elektriciteit, want in de caravan prijkt een mooie tv. Ze knipoogt. ‘Na 50 jaar ben ik wel uitgepraat met Frans.’ Toch blijft ze hier, ‘want op andere campings staan heggies op het terrein.’ Bakkum betekent vrijheid. In het weekend komen Mac en Chelsea op bezoek, de kleinkinderen, doordeweeks staat Miep met kleding op de markt in Beverwijk en Landsmeer. Na haar werk komt ze thuis op Bakkum. Dan deelt ze het toiletblok alleen met Frans en Willem en Truus, en dat betekent schone toiletten, want in het weekend loopt niemand van die yuppen met zijn kind mee naar het toilet. Bovendien kun je op een doordeweekse dag je muziek nog wel eens hard zetten. Vroeger mocht je tot twaalf uur ‘s nachts lawaai maken, had je ook wel eens knokpartijen, daar niet van, maar nu mag zelfs de ijscoman alleen maar klingelen bij het grote speelveld. ‘Te veel lawaai voor die Nieuwen,’ zegt Miep.

4. DE VEREDELDE HIPPIE

‘Wij zijn van de oude meuk,’ zegt Ellen vrolijk wijzend op de rotanstoelen en verschoten lampionnen. Ellen Visser (43) en haar partner Marcel Lenssen (46) komen regelmatig in de weekenden naar hun huisje op Bakkum. ‘Moet je nagaan, er staan hier dus ook mensen in het bos met kunstgras voor hun caravan. In het bos. Met nepgras.’ Ze is zelf ook niet zo van de natuur, of van de groene vingers, maar het is een misverstand te veronderstellen dat ze yuppen zijn. ‘Yuppen hebben veel geld. Wij niet. Ik zie die yuppen hier ook wel lopen hoor, maar dan denk ik, waarom kopen die nou niet lekker een duur vliegticket?’ Misschien klinkt het een beetje gek, maar een paar dagen zonder stroom, dat is heel lekker. Het zou zo maar een van de belangrijkste redenen kunnen zijn om in je vrije tijd op Bakkum te gaan staan. ‘Lekker rustig.’ Gisteravond zaten ze op de bank, met een lege telefoon, een bijna lege laptop en niks om al die apparaten aan op te laden. ‘Je kunt helemaal níks.’ Behalve praten met elkaar, en een beetje lummelen. Ellen kijkt om zich heen, ze haalt haar schouders op. Tegen de buitenwand van hun knaloranje huis hangen Aziatische staatsportretten, aan de veranda bungelt een Chinese draak. Bakkum staat voor rommelig en relaxt, vindt ze. Er loopt hier van alles, en niemand die zich met elkaar bemoeit. ‘Net als thuis in Amsterdam.’ Het lijkt zelfs zo op thuis dat je ook wel eens bekenden tegen komt waar je in je vrije tijd niet altijd op zit te wachten. Maar er zijn staan voldoende goede vrienden in de buurt. Ellen is wel eens op een camping in Drenthe geweest, met witte caravans keurig op een rij tussen de geasfalteerde paden. Ze trekt met de punt van haar cowboylaars een streepje in het duinzand. ‘Bakkum is tenminste niet zo van de lijntjes.’

5. DE GRACHTENGORDEL

Als jongetje uit de Amsterdamse grachtengordel mocht hij niet naar Tentenkamp Bakkum. Ondenkbaar in zijn milieu. Toen Paul van den Berg (54) als volwassen man alsnog mooi zelf een huisje op de verboden camping wist te bemachtigen, had de zoon van de oude mevrouw van den Berg ‘een huisje aan zee’. Het woord Bakkum kreeg ze niet over haar lippen. Voor Paul betekent Bakkum stilte in een fantastisch natuurreservaat, met het mooiste strand van Nederland, en de fijne Amsterdamse mores. Voor zijn zoons is het ideaal, zij maken op het voetbalveld vriendjes buiten de grachtengordel. Tegen het gloednieuwe houten huis staat een witte minimalistische designfiets geparkeerd. Het vorige huisje van de familie van den Berg werd na 18 jaar tijdens een storm met de grond gelijk gemaakt. Hij kan het allemaal wel betalen, maar voor veel andere Amsterdammers wordt Bakkum te duur. Paul is ethicus aan de Universiteit van Amsterdam en in zijn vrije tijd ook wel een beetje campingsocioloog op Bakkum. ‘ De arbeidersklasse verdwijnt, de hogere middenklasse komt er voor in de plaats,’ zegt hij. Wat hij als jongen in zijn omgeving zag gebeuren, oorspronkelijke Amsterdammers die noodgedwongen moesten vertrekken naar Almere om daar vervolgens heel ongelukkig te worden, ziet hij vijfendertig jaar later op zijn eigen camping in het klein opnieuw. ‘De goedkoopste staanplaats kost 1700 euro per seizoen, maar dan heb je nog niks op je terrein gezet.’

6. DE OUTSIDER

Alle woonvarianten zijn in het weekend denkbaar, Wiebe en Leonie met de kinderen van Wiebe, of Wiebe en Leonie met de kinderen van Leonie, of Wiebe en Leonie zonder kinderen, dat kan ook nog. En als het even kan zijn Wiebe en Leonie hier met de kinderen van Wiebe en met de kinderen van Leonie. Vijf jaar geleden belandden de vader van Anna (14) en Nora (10) en de moeder van Sam (15) en Kete (10) per toeval op de camping. Kwijlend liepen hun (stief-)ouders over het terrein. Zo’n keurige ANWB camping is meer iets voor een standaard gezin. En standaard, dat zijn de van de Mortels en de van de Boertjes niet, evenmin als camping Bakkum. Wiebe de Boer (soundesigner, 47) en Leonie van de Mortel (fotograaf, 44) lagen niet op een koude februari-dag voor de receptie, maar vonden een seizoenplaats via via, Zelfs als outsider uit Utrecht lukt dat nog best. ‘Oh, kan dat ook?’ horen ze wel eens als kampeergenoten ontdekken dat het gezin uit Utrecht komt. Ja, dat kan ook. Sterker nog, er staan ook best wel wat Utrechters op Bakkum. De Amsterdamse kinderen integreren niet allemaal even makkelijk met de Utrechtse, maar wel met kinderen uit het laantje overigens. Ach, als ze met zijn allen zijn, dan hebben ze sowieso aan elkaar genoeg. In de Domstad wonen de van Mortels en de van de Boers apart, deze caravan is hun gezamenlijke huis. ‘Eigenlijk willen we hier gewoon zíjn,’ zegt Leonie. En dan is dat stroomloze gedeelte waar ze staan stiekem best een verademing, dan moét je het als samengesteld gezin wel uitzoeken met elkaar. Spelletjes spelen, of met zijn allen stapels boeken lezen, of even lekker afkoelen in zee. Wel lastig om een oude caravan op te knappen zonder elektriciteit, een boormachine laad je niet even op in het sanitair gebouw tijdens het douchen. Maar dat terzijde.