Yvette van Boven

Flow Magazine, nr 4 2014
Ze kon tekenen, hield van koken en op een dag werd ze verliefd op een fotograaf en kwam alles samen. Het sprookje van Yvette van Boven, die prachtige kookboeken maakte en daar al haar talenten in stopt. Maar een trucje mag het nooit worden. ‘Je moet jezelf keer op keer blijven uitvinden.’

VERLEDEN
‘Mijn herinneringen verwerk ik in mijn kookboeken. Zoals een ander zich rode laarsjes uit zijn jeugd herinnert, herinner ik me een recept. Regelmatig staan er Ierse gerechten in, die ik vroeger als kind heb gegeten.
Ik ben geboren onder de rook van Dublin. In hun zucht naar vrijheid en avontuur, vertrokken mijn ouders de dag na hun bruiloft uit Nederland. In Ierland kon mijn vader aan de slag als landschapsarchitect.
Ieren hebben een heel sterk gevoel voor gemeenschapszin, je woongemeenschap is je familie. Onze wijk lag uitgewaaierd tegen een heuvel, en die families op die heuvel kenden elkaar. En ook al kwamen wij uit Nederland, ons gezin werd net zo makkelijk opgenomen.
In het weekend trokken mijn vader, mijn moeder, mijn zusje en ik er met z’n vieren op uit over de heuvel, langs kronkelende beekjes en riviertjes. Al wandelend door dat ongepolijste, eindeloze landschap verzonnen mijn ouders de meest fantastische verhalen over elfen en kabouters. Sprookjes en mythes horen bij de Ierse cultuur, maar mijn ouders hielden er zelf ook van. En ik geloofde alles. Zo goed gelovig als ik was, onderhield ik een tijd lang een vurige correspondentie met een kabouter, aan wie ik brieven schreef over mijn diepste zieleroerselen. Mijn brieven aan de kabouter legde ik in de achtertuin onder een steen. De volgende dag lag er altijd een antwoord, in prachtig handschrift. Er was in de buurt ook een wensput, waar je stilletjes een wens mocht uitspreken, die wensen kwamen nog vaak uit ook. Ik herinner me dat ik om wantjes vroeg bij die put en dat er later, bij thuiskomst, echt een paar wanten op de trap lag. Pas later snapte ik dat mijn vader die brieven schreef, en dat het ook mijn vader was die mijn wensen altijd snel doorgaf aan mijn moeder. Die fantasie, van niets iets maken, daar waren mijn ouders heel sterk in. Ze hadden niet veel geld, maar tekenmateriaal was er altijd. Mijn vader bevestigde gewoon een oude rol behang met een paar grote elastieken aan de keukentafel.

Regelmatig aten we bij andere families uit de buurt, dat vond ik heerlijk, want de Ierse keuken is fantastisch. Ierse moeders maken álles zelf en ze maken van alles ook heel veel: brood, saucijsjes, jam, cakes, noem maar op. Koken en bakken leerden mijn zusje en ik van mijn moeder, maar ook van de Ierse vriendinnen van mijn moeder, hun recepten noteerden ik in zelf gemaakte boekjes. Sommige geknutselde kookboekjes heb ik thuis, maar er moet ook nog steeds een hele stapel bij mijn moeder op zolder liggen.
Mijn vader miste Nederland, maar mijn moeder wilde in Ierland blijven. Dus pendelde mijn vader twee jaar lang heen en weer. Uiteindelijk ging mijn moeder overstag. Op mijn tiende vertrokken we met z’n allen definitief naar Nederland.
Ik was een opstandige puber, thuis botste ik steeds vaker. De middelbare school in Haarlem werd mijn uitlaatklep, een hele leuke school die me stimuleerde in mijn persoonlijke groei. De vrienden van mijn schooltoneelclub heb ik nog steeds. Eén van hen is Saskia. Op het gymnasium werden we in aparte klassen geplaatst, omdat we te veel giebelden. Tijdens de lessen maakten we tekeningen en briefjes voor elkaar, die we vlug in onze pauzes uitwisselden. Het verdriet was groot toen ze met haar ouders in Antwerpen ging wonen en we hélemaal uit elkaar moesten. Maar ook daar vonden we een oplossing voor. Ieder weekend zochten we elkaar op, ik ging naar Antwerpen of zij kwam naar Haarlem.
Het gymnasium maakte ik niet af. Ik wilde weg van alles. Op eigen houtje besloot ik halverwege de vijfde klas mijn HAVO diploma te halen. Zo kon ik op mijn 17e op kamers woonde in Antwerpen, samen met Saskia. Ik ging met haar naar de zesplus klas van het kunsthumaniora.
Ik heb nog nooit spijt gehad van die beslissing, sterker nog, dat jaar is vormend voor de rest van mijn leven. Eerder kwam ik altijd overal mee weg, ik had een grote mond, kon redelijk makkelijk leren, maar in Antwerpen moest ik aan de bak, regelmatig tot diep in de nacht. Het onderwijssysteem op die school was zo ingericht, dat je óf de cognitieve en expressieve vakken tegelijk volgt, óf dat je eerst alle cognitieve vakken afrond en daarna, in het zesde jaar, in alle expressieve vakken examineert. Ik deed dat laatste. Aquarellen, tekenen, maquettes bouwen. Je leerde kijken, nog eens kijken en je werk beargumenteren. ‘Als die tekening eigenlijk anders bedoelt, waarom doe je dat dan niet gewoon?’ hoorde ik regelmatig. Vervolgens kon ik thuis helemaal opnieuw beginnen. Voor het eerst in mijn leven leerde ik het allerbeste uit mezelf te halen, met vallen en opstaan. Ik heb sindsdien een hekel aan gemakzucht.’

HEDEN
‘Ik denk nooit na welke richting ik op moet. Ik bedenk vooral wat ik níet wil, daarna doe ik wat overblijft. Na een blauwe maandag op de Rietveldacademie was wel duidelijk dat ik geen typische kunstenaar ben. Een vriend opperde bij hem in Den Haag te wonen en te gaan werken in een restaurant. Koken was toen al een constante lijn in mijn leven. Vrienden kwamen altijd bij mij eten, nooit andersom. Zijn voorstel leek me wel wat.
‘Heb je wel eens in een restaurant gewerkt?’ vroeg de dame van het restaurant. ‘Jazeker’, blufte ik. Ik stort mezelf altijd eerst ergens in, pas daarna krijg ik faalangst. Wat heb ik nú weer gedaan? Dan zit ik er al midden in en ploeter ik me door al mijn angsten heen. Ik ken geen andere manier. Thuis oefende ik met mijn vriendje aan de eettafel: bestelling opnemen, uitserveren, vis fileren, álles. Hij had al wel die ervaring. ‘Dan ga je naar de keuken, en dan roep je: tafel mag door!’ Ik zweette peentjes die eerste paar avonden, maar de restauranteigenaar vond mijn gestuntel schattig. Mijn gebluf hadden ze al lang in de gaten.
In restaurant de Peppermint kon ik voorzichtig overdag in de keuken aan de slag. Sperziebonen doppen, dat soort dingen. Daarna mocht ik de broodjes smeren en voor ik het wist was ik overdag met een paar mensen verantwoordelijk voor de catering. Net als die toneelclub op school, werd dit ook een hechte club, en ook deze vriendenkring bestaat nog steeds. ‘s Avonds studeerde ik aan de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten in Den Haag.
Iedereen vond die recepten zó lekker, dat we met een paar collega’s een kookboekje wilde maken. Een goede vriend was inmiddels fotograaf, Oof, hij wilde wel helpen. We konden altijd al ontzettend lachen met elkaar, ik kende zijn ex-vriendinnen goed, hij mijn ex-vriendjes. We waren al tien jaar bevriend. Maar toen ik die avond bij hem binnen liep, wíst ik dat het gebeurd was. Die avond ben ik gebleven. Niet dat we meteen een stel waren, onze vriendschap stond op het spel. Uiteindelijk heeft het nog een half jaar geduurd voor we officieel verkering hadden, ook al had de buitenwereld dat al lang voor ons besloten.
Toen zowel mijn zusje als ik klaar waren met de kunstacademie, startten we samen een ontwerpbureau. Oof fotografeerde inmiddels voor allerlei bladen, soms eten, en of ik dan even het eten kon bereiden, en ook de recepten wilde bedenken? Zonder er verder bij stil te staan, was ik naast mijn werk als ontwerper bezig met food styling. Ik deed gewoon wat ik altijd deed. Ons werk stond in de Elle, Margriet, Libelle, noem maar op. Ook samen met mijn zusje had ik een kookrubriek, in de BLVD. ‘s Nachts wakker. Ik miste het koken. En mijn zusje lag ‘s nachts wakker omdat ze haar vrije werk miste. Na vijf jaar stopten we met ons ontwerpbureau.

Vanuit huis startte ik een cateringbedrijf, mijn neef Joris kwam gelukkig vaak helpen, want alleen kon ik het werk niet meer aan. Joris werkte toen nog in een hotel in Amsterdam, maar die baan zei hij al snel op. We huurden een oude friettent en verbouwden alles zelf. Een horrorverbouwing, maar daarna werd het fantastisch, we reisden door het hele land, en bij het cateringbedrijf kwam een restaurant. Ik werkte ook nog steeds als foodstylist, naast mijn werk in het restaurant. Dat was dus zeg maar elk vrij moment.
Ik heb altijd zeven dagen per week gewerkt, nog steeds. Mijn werkdag houdt pas op als ik moe ben. Het voelt ook nooit als werk. Koken, lezen over eten, restaurants bezoeken, recepten bedenken, het gaat altijd door. Maar na een paar jaar cateren kon ik letterlijk nauwelijks meer staan. Ik had altijd al een zwakke rug, nu moest mijn rug geopereerd en voor die operatie bestond een lange wachtlijst. Ineens kon ik alleen nog maar zitten.
Het restaurant miste ik in het begin heel erg, maar die pauze heeft me meer gebracht dan ik ooit verzinnen kon. Ik had al jaren een groot, dik kookboek in mijn hoofd, met eigen recepten, illustraties en foodstyling. Ik wist ook al precies de titel, Home Made, en bij welke uitgever ik moest zijn. Uiteindelijk durfde ik die uitgever, Martin Fontijn van Fontaine Uitgevers, aan te spreken. Ik mocht langs komen. Met dertig geïllustreerde pagina’s vol recepten zat ik enkele weken later tegenover hem, bloed nerveus. Waar had ik me nu weer in gebluft? Ik wilde een kookboek van 500 bladzijdes maken, ik blufte gewoon door. ‘Begin maar eens met 100,’ antwoordde Martin nuchter. Terug in de auto schreeuwde ik het aan de telefoon uit tegen Oof van vreugde en ontlading. In dat dikke boek dat in mijn hoofd zat, kwam alles samen. En dat mocht ik eindelijk gaan maken.’

TOEKOMST
‘Eerder was het nooit een onderwerp, maar zo rond mijn 35e vroeg iedereen ineens waarom ik geen kinderen heb. Zo stom eigenlijk, dat je dat daarna voor de rest van je leven gevraagd wordt. Als ik moeder ben, wil ik daar toch zeker drie kwart van mijn tijd aan besteden, en die tijd heb ik niet. Per toeval ontdekte ik dat ik geen kinderen kan krijgen, maar dat vind ik zelf helemaal geen probleem. Ik wil gewoon geen kinderen. Het is niet erg om verantwoordelijkheid te nemen, maar er 100 procent voor een ander zijn, dat kan ik niet.
Binnen onze vaste vriendenclub zijn nog een paar stellen zonder kinderen. We vragen ons als ‘kinderlozen’ wel eens af hoe dat later allemaal moet als we stokoud zijn. Dan schieten we altijd weer in de lach. Want ja, de kinderen van onze andere vrienden, díe krijgen later een grote erfenis én ze zullen een heleboel rolstoelen moeten voortduwen.
Omdat ik veel werk, is mijn sociale leven klein. Dat is niet altijd eenvoudig, voor sommigen in mijn omgeving is dat moeilijk te begrijpen. De vrienden die snappen dat ik niet anders kan dan dit, die blijven bij me. En áls we dan samen zijn, dan kan ik daar ook echt heel erg van genieten. Alleen mijn zusje snapt altijd wat ik bedoel, ze is net als ik. We houden allebei van heel veel werken.
Ik denk nooit vooraf: ‘dat kan ik niet,’ de faalangst komt als ik eigenlijk niet meer terug kan.
Home Made wilde ik over de hele wereld uitgeven. ‘Dat gaat je nooit lukken,’ waarschuwde Martin, ‘dat lukt geen enkele Nederlandse receptenschrijver.’ Toch maakte ik een kookboek naar Engelse maatstaven, met een Engelse titel, met hoofdstuktitels die wereldwijd te begrijpen zijn. Martin nam me mee naar boekenbeurzen, presentaties, de drukkerij, de lithograaf. Pas toen snapte ik dat het maken en verkopen van een boek heel veel en heel hard werken is. Laat staan als je over de grens gaat. Maar Home Made is inmiddels te koop van Miami tot Peking. Laatst twitterde iemand een foto van Home Made in een heel klein boekwinkeltje in Schotland.
Zo onbevangen als ik was bij mijn eerste kookboek, ben ik inmiddels niet meer. De toevalligheid, en de romantiek is er nu wel vanaf. Ik werk nu aan mijn vierde kookboek, het is moeilijker, want die oorspronkelijkheid wil ik niet verliezen. En ik wil ook niet dat mijn kookboeken een trucje worden. Je moet jezelf keer op keer blijven uitvinden.
Mijn grootste wens voor de toekomst is een boerderij, met veel dieren, maar Oof wil de stad niet uit. Sinds een paar jaar wonen we voor de helft van de tijd in Parijs. Ik wilde weg uit Amsterdam, heel impulsief. Ik kan niet zo goed ‘nee’ zeggen, daarom zocht ik naar een plek om de hectiek te ontvluchten. In Parijs woont een tante, een soort van tante, daar gingen we al steeds vaker naar toe, in die stad kwam ik tot rust.
Om de tien dagen stappen we nu in de auto en reizen Oof en ik naar ons eigen appartement. Alleen al de weg er naartoe is een manier om even met z’n tweeën los te komen van alles. In de stad zelf gaan we allebei onze eigen gang, ik illustreer, schrijf, kook. Ik ben graag onder de mensen, ook in grote gezelschappen, maar ik zonder me net zo makkelijk heel graag af. Oof en ik maken altijd alle foto’s samen in ons appartement. Alles was je ziet in mijn kookboeken zijn in onze twee keukens gemaakt, gefotografeerd en daarna door ons zelf opgegeten. We zijn allebei heel eigenwijs, dus af en toe moet een van ons concessies doen. Je móet wel naar elkaar toebuigen, ook in een relatie. Als je daar niet meer toe in staat bent, kun je maar beter uit elkaar gaan. En daarbij, Oof is een vakman, ik heb veel respect voor wat hij doet.
Mijn moeder vond laatst een briefje, dat ik schreef op de lagere school:
‘Als ik later groot ben, woon ik op een berg, met bloemen in de tuin. En ik heb een hond. En ik had een leuke man, maar die is dan dood. En als ik dan van de burgemeester met pensioen moet, dan ga ik niet, want ik heb het veels te gezellig.’
Oof moest heel hard lachen toen hij het briefje las.’Je bent geen spat veranderd sinds die tijd,’ zei hij. Heel eerlijk denk ik stiekem dat mijn toekomst er inderdaad zo ongeveer uit zal zien.’

NAAM: Yvette van Boven
GEBOREN: Dún Laoghaire, Ierland, 1968
BEROEP: foodstylist, receptschrijver, illustrator, columnist
Yvette van Boven was (officieel binnenkort niet meer) samen met haar neef Joris Vermeer eigenaar van restaurant Aan de Amstel in Amsterdam. Daarnaast is ze culinair redacteur bij tijdschrift Libelle en heeft ze vaste columns in Volkskrant Magazine en Red. Samen met haar echtgenoot Oof Verschuren, maakte ze drie kookboeken: Home Made (2010), Home Made Winter (2011) en Home Made Zomer (2012). De kookboeken zijn voor verschillende prijzen genomineerd, onder andere het Gourmand World Cookbook Awards (2011) en voor Kookboek van het Jaar (2010 en 2012). De boeken zijn vertaald in het Engels, Duits en Frans. Momenteel werkt ze aan haar vierde kookboek Home Baked dat in oktober 2014 verschijnt.