Liza Marklund

Flow magazine nr 5, 2014

Als journalist vonden haar artikelnen nauwelijks aftrek. Wel was er belangstelling voor de misdaadroman die ze schreef over het personage Annika Bengtzon. Ze maakte er een serie van en inmiddels zijn daar wereldwijd zo’n 16 miljoen boeken van verkocht. De Zweedse schrijver Liza Marklund over verleden, heden en toekomst.

VERLEDEN
Tot mijn zevende jaar zag ik geen leeftijdgenootjes. We woonden diep in de Zweedse bossen, dicht tegen de Noordpool aan. In de winter was het maandenlang donker overdag. Er was maar één ding wat ik in mijn eentje kon doen: boeken lezen. Ik las alle boeken van Edward Stratemeyer over Nancy Drew, een fictief personage in een detective serie. Zij was mijn hele wereld. De boeken gaan over avontuurlijke meisjes die mysteries oplossen. Nancy Drew leerde me dat wat voor problemen je ook hebt, je ze altijd op kunt lossen. In de klas was ik een slimme leerling, maar ik was een arbeiderskind, mijn vader repareerde tractors, mijn moeder werkte bij de lokale belastingdienst, dus daar behoorde ik me naar te gedragen vonden mijn leraren. Bovendien: ik was een meisje. Ik moest stil zijn, geen mening hebben en het vooral niet beter weten dan de docenten, zelfs al was dat met wiskunde soms wel zo.
Als je vanuit mijn ouderlijk huis vroeger maar ver genoeg de bossen in liep, vond je altijd wel wat gepensioneerde wandelaars die een praatje met je wilden maken. Van mijn ouders kreeg ik een taperecorder, daar interviewde ik voorbijgangers mee. Thuis probeerde ik verhalen te schrijven, maar ik realiseerde me dat ik eigenlijk helemaal niets van de wereld wist, zolang ik in dat donkere woud zou blijven zitten. Op mijn zestiende had ik overal genoeg van, ik stopte met school en verhuisde naar een klein dorpje in de buurt van mijn ouders. Om mezelf financieel te kunnen onderhouden, verkocht ik autoonderdelen. Niet veel later vertrok ik naar Israël, waar ik een Amerikaanse fotograaf ontmoette. We werden verliefd en reisden samen verder over de wereld. Zo nu en dan verdienden we wat geld met kleine klusjes, ik heb zelfs tijdelijk een circusact gehad, om daarna weer verder te trekken.
In Guatemala veranderde mijn leven drastisch omdat ik zwanger raakte, maar ik besloot ook zelf te veranderen, om een andere reden. Ik zat in een restaurant bij een mooi meer, toen een klein jongetje binnen kwam om bij elke tafel te bedelen. Hij had duidelijk honger, maar de aanwezige gasten scholden hem uit, sommigen sloegen hem zelfs. Het was verschrikkelijk. Ik gaf hem wat brood en achtervolgde hem naar buiten. Om de hoek zag ik dat hij het brood aan zijn nog kleinere broertje voerde. Vanaf dat moment was ik klaar met nietsnutten. Liever wilde ik keihard werken om niet alleen mijn kind te kunnen onderhouden, maar ik wilde ook over onrecht schrijven. Ik schreef me in voor de School voor Journalistiek in Zweden. De vader van mijn kind ging terug naar Amerika.
Als beginnend journalist ontkom je niet aan de zogenaamde tropenjaren, je moet veel nachtdiensten draaien en overuren schrijven, maar voor het eerst in mijn leven kreeg ik de kans iets van mijn leven te maken. Ik hoefde niet te betalen voor mijn opleiding, en ik kon mijn dochtertje Annika kosteloos naar dag- en nachtopvang brengen. Tegenwoordig lukt dat niet meer in Zweden, terwijl dat eigenlijk wel zou moeten. Als je investeert in mensen, krijg je dat altijd dubbel en dwars terug. Kijk maar naar mij.
In mijn vrije tijd schreef ik artikelen die ik belangrijk vond, over vrouwen- en kindermishandeling, maar mijn eindredacteuren vonden die onderwerpen te saai. Commerciële nieuwszenders, kranten, overal waar ik werkte, kreeg ik dezelfde reactie: te saai. Toch bleef ik aandringen. Dingen die mij interesseren, moeten toch ook anderen interessant vinden? Soms lukte het me toch zo’n artikel gepubliceerd te krijgen, maar om echt aandacht voor deze onderwerpen te krijgen, besloot ik boeken te gaan schrijven.

HEDEN
Een prestigieuze uitgever wilde mijn eerste boek wel uitgeven. Maar ze drukten het boek af, en deden er verder helemaal niets mee, zoals dat vaker gaat in de uitgeverswereld. Het boek flopte. Ik wist dat een oud-collega net met wat vrienden een uitgeverij was gestart. ‘Als ik een misdaadroman schrijf, wil jij het dan uitgeven?’ vroeg ik hem. ‘Oke, als je er een vijfdelige serie van maakt,’ antwoordde hij. Dat was geen probleem. Ik heb altijd Annika Bengtzon in mijn gedachte gehad, al van kinds af aan. Ik had zelfs al een tiendelige serie in mijn hoofd. Ik moest wel zelf geld investeren in het eerste boek, maar we zouden het samen goed promoten. Aanvankelijk leek het eerste deel niet aan te slaan, maar toen het boek prijzen won, werd het alsnog een bestseller.
Nog ver voordat de Annika-serie uitkwam, ontmoette ik mijn huidige echtgenoot, Mikael. Hij was ook verslaggever bij dezelfde krant. Met hem kreeg ik nog een zoon, Axel en een dochter, Amanda. Ik werd hoofdredacteur bij dagblad Metro, daarna hoofdredacteur bij Chanel 4 news en ik bleef boeken schrijven. Sommige vrouwen zouden zich daar schuldig over voelen. Maar het is, denk ik, veel erger te verhuizen naar het platteland met je kinderen en thuis blijven. Het klinkt idyllisch, maar dat is het niet. Kinderen hebben vriendjes nodig om mee te spelen, een kinderdagverblijf is juist goed voor ze. Misschien hebben mijn kinderen een prijs voor mijn carriere moeten bepalen, wie weet. Maar ze klaagden nooit. Het is bovendien wetenschappelijk bewezen dat kinderen van een kinderdagverblijf een rijkere woordenschat hebbe. Later halen ze hogere cijfers op school en hebben ze minder geestelijke problemen. Om een goede moeder voor mijn drie kinderen te kunnen zijn, moest ik trouw aan mezelf en aan mijn ambities blijven.
Annika is ook intelligent en ambitieus, en ze is kwetsbaar en onzeker. Ze werkt net als ik als journalist, en schrijft ook over onrecht in de wereld. Toch lijk ik verder niet veel op haar, ze is van nature ongehoorzaam. Malin Crépin, de actrice die Annika Bengtzon speelt in de gelijknamige tv-serie, vertelde me eens dat ze haar personage soms gebruikt als ze iets voor elkaar wil krijgen. Ze wordt voor even Annika, zo lukt het haar boos te worden en voor zichzelf op te komen.
Na het derde Annika-boek is een van mijn beste vriendinnen, Anna Lindh, doodgestoken in het winkelcentrum van Stockholm. Anna was de Zweedse minister van Buitenlandse Zaken. We smsten een paar uur voor haar dood nog over wat ze zou aantrekken die avond, want ze moest optreden in een televisiedebat. Anna stond in een kledingwinkel toen ze werd aangesproken door een verwarde Servische man. Eerder had ze als minister ingestemd met het bombarderen van Servië, maar hij heeft nooit toegegeven dat het daar mee te maken had. Het was allemaal toeval, zei hij. Een paar jaar lang kon ik niet meer over Annika schrijven. In plaats daarvan schreef ik een non-fictie boek over genderproblematiek, iets heel anders. Er zijn nog zo veel vooroordelen over vrouwen én mannen.
Achteraf ben ik heel blij dat anderen me destijds niet de kans gaven te publiceren wat ik belangrijk vond. Daarom ging ik tenslotte fictie schrijven. Tot nu toe heb ik 16 miljoen boeken verkocht.
Samen met een vriend richtte ik Piratförlaget op, zodat ik mijn boeken zelf uit kan geven en zodat ik andere schrijvers echt kan helpen bij het uitgeven van een boek. Dankzij het succes van Annika kunnen we dat financieren. We zorgen niet alleen dat hun boeken worden uitgegeven, maar ook dat hun boeken de aandacht krijgen die ze verdienen.

TOEKOMST
Het verschil tussen de 8-jarige Liza toen en de Liza van vandaag is niet zo groot. Misschien ben ik wat geduldiger geworden, alhoewel ik nog steeds wel rusteloos ben. Er is altijd wel iets dat beter kan. Ik word niet gelukkig van een comfortabel leven, soms is ongemak juist heel erg nuttig. Het brengt me verder.
Mikael en ik zijn inmiddels meer dan 25 jaar samen. We zijn het bijna nooit ergens over eens, maar daarin verstaan we elkaar juist goed, we agree to disagree. Het belangrijkste is dat we hetzelfde uit het leven willen halen. Hij is de meest intelligente man die ik ken. Voordat hij nieuwsverslaggever werd, was hij arts. Mikael is een macho, maar het feit dat ik hem in zijn werk voorzie, hij is CEO bij mijn bedrijf, vindt hij helemaal prima.
Gelukkig heb ik mijn hele leven kunnen leren. Je leert vooral door zoveel mogelijk te proberen, daarvoor hoef je niet naar een universiteit te gaan. Onlangs schreef ik een filmscript met een producer uit Londen. Dat script zal wel in een bureaula blijven liggen, maar ik wilde zo graag weten hoe je zoiets schrijft. Het was een goede oefening.
Ik leer ook veel van mijn werk als ambassadeur voor Unicef, over uiteenlopende culturen, over kinderrechten en vrouwenrechten. Als schrijver krijg je nogal wat verzoeken van non-profit organisaties, maar toen Unicef me vroeg ambassadeur te worden, aarzelde ik geen moment. Ook vanwege dat jongetje lang geleden in het restaurant van Guatemala. Ik besteed mijn tijd nog steeds graag nuttig. Ik heb documentaires over hiv kinderen Cambodja gemaakt, over kinderslavernij in Albanië, over straatkinderen in Columbia en nog heel veel meer. Ik word er overigens niet somber of pessimistisch van. In de sloppenwijken zie ik ook heel veel geluk en plezier bij kinderen. En ik geloof dat de wereld echt ten goede verandert. Armoede neemt nog steeds af, en er zijn steeds minder oorlogen op de wereld, ookal lijkt het vaak heel anders als je de tv aanzet.
Ik schat mezelf niet heel hoog in, maar ik heb wel een sterk zelfvertrouwen. Uiterlijk vind ik niet belangrijk, ik ga nooit naar de kapper en ik koop zelden kleren. Ik verf mijn haar, en ik gebruik nagellak om er leuk uit te zien, maar plastische chururgie, of gif in je gezicht spuiten om er jonger uit te zien? Dat nooit. Het is zo jammer als je jezelf niet goed genoeg zou vinden. De rimpels in mijn gezicht kunnen me niets schelen. Als je menselijk wilt zijn, dan moet je dat ook uitstralen. Anders maak je het jezelf wel heel moeilijk om oud te worden, terwijl het leven juist veelzijder wordt, naarmate de tijd verstrijkt.
Binnenkort word ik oma, mijn oudste dochter Annika verwacht een baby. Dat is een klein wonder op zich. Ze is nog niet zo heel lang geleden genezen van baarmoederkanker. Haar hele zwangerschap moet ze voornamelijk plat doorbrengen. Toen ze onlangs in de wachtkamer bij de dokter zat, moest ze lang wachten op een arts. Ze belde me op om te vragen wat ze moest doen. ‘Word Annika,’ adviseerde ik, ‘Kom voor je zelf op!’
Het is nog best lastig iets voor jezelf op te eisen. Het werkt echt als je jezelf even haar waant, ik kan het iedereen adviseren.
Mijn een-na-laatste Annika boek is net uit. Er is een leven na Annika Bengtzon. Ik zal blijven schrijven, vooral over vrouwen. Maar ik weet niet of dat altijd fictie zal zijn. Misschien ga ik wel rechten studeren, vrouwen- en kinderrechten, en word ik advocaat. Rechtvaardigheid zit in mijn DNA.’

Naam: Liza Marklund
Geboren: Pålmark, Zweden, 1962
Beroep: ateur, journalist, uitgever en ambassadeur voor UNICEF
Na haar studie aan de School voor Journalistiek, werkte ze tien jaar als nieuws- en onderzoeks verslaggever, daarna werd ze hoofdredacteur van resp. dagblad Metro en Chanel 4 news. Ze is de auteur van de Annika Bengtzonseries. Van deze boeken is ook een zesdelige tv-serie verschenen. Samen met James Patterson schreef ze Postcardkillers, deze thriller werd volgens de New York Times de bestverkochte bestseller in 2010.
Lize is getrouwd, heeft twee dochters (30 en 20) en een zoon (23). Ze woont en werkt in Stockholm, Zweden en Marbella, Spain.