Arie Boomsma

Hij had een predikant als vader, een altijd maar doorvragende moeder en drie mondige broers en een zus. Thuis aan tafel werd er flink gediscussieerd over het leven. In zijn werk als televisiemaker en schrijver heeft Arie Boomsma veel aan zijn roots. ‘Ik wil graag iets overdragen. Ik geloof dat de wereld daar mooier van word.’

 

Flow magazine nr 8, 2014

Ik ben geboren op Marken, op mijn derde verhuisden we naar het midden van het land en toen ik zeven was, vertrokken we naar Friesland. Vanwege mijn vaders werk als predikant verhuisden we vaak. Ik kom uit een groot gezin, één oudere broer, twee jongere broers en één zusje. Mijn moeder was in die drukte een baken van rust. De allereerste herinnering uit mijn jeugd is haar komst naar de kleuterschool, om mij te troosten. Ik was gevallen en had een flinke snee in mijn voorhoofd. De juffen konden me niet kalmeren, ik bleef maar huilen. Pas toen ik mijn moeder zag, werd ik rustig.We zijn allemaal erg aanwezig. Nou, misschien is mijn zusje ook iets minder van de spotlights, maar mijn moeder, zij is echt het tegenovergestelde van ons allemaal. Ze is fysiek klein en houdt zich altijd onopvallend. Toch maakt zij altijd echt contact met iedereen. Vriendjes die ik mee naar huis nam, praatten veel met mijn moeder over dingen die je niet zomaar met een ander deelt. Ze heeft een groot inlevingsvermogen. Haar persoonlijke vragen vond ik als kind soms genant, maar dankzij haar leerde ik mijn vrienden wel op een hele andere manier kennen. Eigenlijk zou ze een goede journaliste zijn. Ik heb haar ooit wel eens gevraagd of ze niet graag zou willen interviewen en schrijven. ‘Ach nee jongen, dat is toch niks voor mij,’ antwoordde ze. Mijn moeder is veel te bescheiden, in dat opzicht lijk ik ook helemaal niet op haar. Na elke maaltijd las één van ons voor uit de bijbel. Daarna discussieerden we aan tafel flink door. Informatie en gedachten willen uitwisselen, dat zit erg in de protestantse cultuur. Leren van elkaar, dat vond mijn vader heel belangrijk. Toen hij zelf drie jaar oud was, in de Tweede Wereldoorlog, is zijn vader doodgeschoten door de Duitsers. Hij zat bij het verzet. Nooit kon mijn vader over pake, mijn Friese grootvader, praten, zonder een brok in zijn keel te krijgen.

Aan de eettafel zaten ook altijd meer mensen dan ons gezin groot was. Er woonden regelmatig mensen bij ons in huis. Meestal ging dat via de kerk van mijn vader, zendelingen bijvoorbeeld. Er woonde ook wel eens een psychiatrisch patiënt bij ons in huis, of een zwerver. Alles kon. Mijn ouders waren christelijke hippies, geld was er nooit. Kleding maakte mijn moeder vaak zelf, en in de zomer gingen we met zijn zevenen in één oude auto naar de camping. Maar het was nog niet makkelijk om in al die drukte gezien en gehoord te worden. Dat gevoel écht gezien te willen worden, dat heb ik nog steeds.

Op de middelbare school woonde ik in Apeldoorn. Ik was opstandig en spijbelde veel. Ik wilde graag laten zien dat het zoontje van de dominee niet per se de braverik is. Telkens verhuizen verstevigde weliswaar onze familieband, maar om de zoveel jaar een nieuw leven beginnen, heeft ook een schaduwzijde. Een vriendschap sloot ik altijd af met de gedachte dat die op korte termijn ook weer afgelopen zou zijn. Lange tijd vond ik dat heel hard van mezelf.

Toen ik voor de tweede keer op de havo bleef zitten, vonden mijn ouders het wel welletjes. Ze stuurden me naar een gastgezin in Indiana, Amerika. Weer een verhuizing, maar ik vond het geweldig. In Nederland basketbalde ik al vanaf mijn 12e jaar, nu kon ik iedere dag op high school basketballen. Voor het eerst in mijn leven kwam ik een beetje tot rust in Indiana. Terug in Nederland maakte ik alsnog de middelbare school af, maar daarna vertrok ik direct weer naar de VS. Ik voelde me er thuis.

 

HEDEN

Ruim vier jaar studeerde en basketbalde ik in de Verenigde Staten, ik heb een bachelor in psychologie en communicatie gehaald. Amerika past bij mij. Tuurlijk, Amerika is een land van de buitenkant, contacten zijn er vaak oppervlakkig. Maar daar zijn Amerikanen ook heel open over, en eigenlijk realistisch: je kunt nu eenmaal niet met iedereen goede vrienden zijn. Wat je wel kunt doen, is aardig zijn voor anderen. En dat doen ze. Zelf heb ik ook maar een paar hele goede vrienden. In Nederland zijn sommige vriendengroepen net families, ze zijn met veel, delen alles samen en alles moet leuk zijn. Ik vraag me af of dat echt werkt.

De Amerikaanse cultuur is bovendien niet alleen maar oppervlakkig, het gaat ook absoluut over de inhoud. Amerikanen staan heel bewust in het leven. Heb je een droom? Mooi, ga er voor. Mensen bemoedigen elkaar. Dat vind ik mooi.

Terug in Nederland kon ik mijn draai niet vinden. Basketballen mocht vanwege een blessure niet meer. Ik twijfelde nog of ik niet naar de toneelschool moest of naar de school voor journalistiek. Om geld te verdienen werkte ik in een café, waar ik mensen uit de modewereld leerde kennen. Via hen kreeg ik mijn eerste opdrachten als fotomodel, een leuke bijverdienste. Er kwamen steeds meer opdrachten binnen en die spotlights vond ik leuk, toch weer die erkenning. Af en toe speelde ik in commercials of had ik zelfs een klein gastrolletje.

En ik kreeg een relatie met Kieu. Ze is een paar jaar jonger dan ik, maar een sterke vrouw. Dat moet je ook wel zijn naast mij, ik ben geneigd mezelf voorop te zetten. Bovendien heb ik die sterke mening, maar zij is ook erg kritisch.

Mijn eerste echte baan was omroeper bij Yorin. Dat was een enorme leerschool, een paar keer per week live presenteren voor een miljoenenpubliek. Het was eindelijk een podium, maar inhoudelijk zocht ik meer. Nadat de zender de omroepers afschafte, presenteerde ik nog wat tv-programma’s, over gadgets en zo, maar dat paste helemaal niet bij me.

Pas toen ik een boekje met mijn vader had geschreven over de Bijbel, veranderde dat. Vanwege dat boek was ik samen met mijn vader te gast in de talkshow van Andries Knevel. Na aanleiding van die uitzending werd ik uitgenodigd voor een gesprek bij de Evangelische Omroep. Ik mocht voor de EO presenteren. Vanaf dat moment vielen alle puzzelstukjes steeds meer in elkaar. Ik was presentator en het ging inhoudelijk ook echt ergens over. Mensen die met de bijbel zijn opgevoed, hebben sterk de neiging iets over te willen dragen, anderen aan het denken te zetten, over wat dan ook. Als journalist, of als leraar, om de wereld verder te helpen. Dat zit er ingebakken. Ik geloof ook dat de wereld daar mooier van wordt. Met het programma 40 Dagen zonder seks kreeg ik in een klap heel veel publiciteit.

Drie jaar werkte ik voor de EO, totdat ik door de directie werd geschorst vanwege een fotoserie in het magazine LINDA. Die schorsing kwam tot mijn verbazing zelfs op het Journaal. Voor het eerst drong het tot me door dat mijn werk een koor van lof en een koor van kritiek teweeg kan brengen. Ik besloot me nooit door de lof te laten leiden, het is verleidelijk om af te gaan op alle positieve reacties. Maar ik besloot ook me niet te laten leiden door het koor van kritiek. Ik sta voor wat ik doe.

Inmiddels ben ik bij de KRO nog meer programmamaker, ik ben er op mijn plek. Ik mag taboes bespreekbaar maken en anderen aan het denken zetten.

 

 

TOEKOMST

Mijn moeder leerde me de liefde voor het geschreven woord. Literatuur, poëzie, ze kent veel gedichten uit haar hoofd. Ik houd van schrijven. Tv is een manier om te communiceren, maar schrijven ook. Als ik schrijf, heb ik met niemand wat te maken, die stilte vind ik fijn. Mijn presentatiewerk voor Yorin was op de buitenkant gericht, daardoor had ik sterk de behoefte mijn inhoudelijke kant te benadrukken. Zodra een uitgeverij heil zag in mijn schrijven, kondigde ik dat in ieder interview aan. Compensatie.

Na het eerste boek met mijn vader schreef ik acht andere boeken: essays, bloemlezingen, een roman, en recent een boek over klassieke muziek. Ik wil mezelf blijven ontwikkelen, daarom schrijf ik columns voor tijdschriften en iedere ochtend een blog op mijn website.  Inmiddels heb ik er vrede mee dat ik nog steeds op die uiterlijke kant wordt aangesproken. Die ogenschijnlijke tegenstelling tussen mijn uiterlijk en mijn werk vind ik juist wel spannend. Ik doe er mijn voordeel mee. Ik bereik daardoor makkelijker dan anderen, jongeren met moeilijke thema’s en taboes. Maar ik ben wel degelijk oprecht betrokken, heb interesse, ben nieuwsgierig. Jongeren merken dat. Wat ik zeg en doe, klopt. Sinds kort maak ik De Wandeling, een tv-programma met lange interviews. De toon is die van Uit de kast, en Over de streep, maar nu zijn de interviews nog langer, nog persoonlijker. Een mens ontwikkelt zich zijn hele leven lang, maar mijn ontwikkeling wordt al 12 jaar publiek gevolgd. Soms spreken mensen me nog aan als die jongen van Yorin. Ik heb die beelden wel eens terug gekeken, maar die jongen ben ik helemaal niet. Die was ik toen al niet. Ik deed een trucje, ik wilde vooral graag aardig gevonden worden. Ook de ontwikkeling van mijn liefdesleven is openbaar. Als vriendin-van is het niet makkelijk een relatie met me te hebben. Het gaat vaak over mij, niet over die ander. Met Kieu had ik 13 jaar een relatie, ze was mijn grote liefde. Maar uiteindelijk leidde ze te veel mijn leven, vond ze. Drie jaar geleden gingen we uit elkaar. Eenmaal vrijgezel dwong ik mezelf wat impulsiever in de liefde te zijn. Ik was altijd op zoek naar De Ware maar dat maakt een tweede date met een leuke vrouw wel loodzwaar. Je gunt jezelf en de ander weinig speelruimte. Bovendien, Kieu en ik konden elkaar ontdekken buiten de spotlights, nu staat alles wat ik zeg of doe meteen ergens op internet. Dus bedacht ik dat ik eens een tijd lang in het moment moest leven. Dat analyseren over de liefde, altijd maar in de toekomst willen kijken, dat moest ik maar eens los laten. Als ik met een vrouw was, was het op dat moment goed, meer wilde ik niet. Vorig jaar werd ik weer echt verliefd, wederom op een sterke vrouw. Die relatie duurde maar een half jaar, maar ik denk dat ik daardoor wel een betere balans heb gevonden. Geen idee of ik ooit kinderen of een groot gezin zal krijgen. Het zou me gelukkig maken, maar ik ben er niet meer krampachtig naar op zoek.

Als ik mensen interview op tv, dan gaat het over hén, niet over mij. Ik ben oprecht begaan, stel veel persoonlijke vragen, wil alles van ze weten. Daarna neem ik makkelijk weer afscheid. Dat zal ook met die verhuizingen misschien te maken hebben, ik weet het niet. Ik oordeel inmiddels wel wat milder over mezelf. Door zo in het moment te leven, maak ik contact. En je kunt nu eenmaal niet jezelf continu in alles en iedereen verliezen. Dat ik daar even heel goed toe in staat ben, dat is misschien wel mijn kracht.

 

 

NAAM: Arie Ate Boomsma

GEBOREN: Marken, 18 januari 1974

BEROEP: presentator, schrijver

Na zijn studie in de Verenigde Staten, werkte Arie Boomsma kort als barman en fotomodel. Daarna werd hij omroeper bij commerciële zender Yorin. In 2005 verscheen zijn eerste boek De Bijbel – Wat vind jij, (i.s.m. zijn vader Pieter Boomsma). Een jaar later werd Arie vaste presentator bij de Evangelische Omroep. Met het programma 40 dagen zonder Sex brak hij definitief door. Sinds drie jaar presenteert hij voor de KRO onder andere Over de Streep, Hij is een Zij, Uit De Kast en Sprakeloos. Op dit moment presenteert hij elke zaterdagavond De Wandeling. Dit jaar verscheen zijn negende boek, van Bach tot Bernstein, over Klassieke muziek (co-auteur Thierry Baudet). Arie Boomsa is vrijgezel en woont in Amsterdam.